maandag, november 17, 2008

in memoriam Gijs von der Fuhr

Donderdag 13 november is op veel te jonge leeftijd (53) Gijs von der Fuhr na een ziekbed van een half jaar in Amsterdam overleden. Gijs was een markant figuur. In de jaren 80 was hij voorlichter van het Comité Stop de Neutronenbom. Daarna vervulde hij tot 2007 dezelfde functie bij het Amsterdams Centrum Buitenlanders (ACB), het huidige ACB Kenniscentrum.


Salam Alaykum sterke vent.
Ik zal je missen.
Toen ik je leerde kennen.
Voelden we ons meteen bij je op onze gemak.
Je straalde altijd zoveel betrokkenheid uit.
Je was zo gemotiveerd.
En maakte ons altijd blij.
Die humor die je altijd bij je had en je grote verlangen na de gesprekken bij Ayasofya Moskee in een broodje kebab.
Je moet weten dat ik persoonlijk veel steun aan je hebt gehad.
We hebben elkaar goed leren kennen
en je accepteerde me zoals ik ben.
Je was en bent echt een goede vriend.
Hoewel ik wist dat je erg ziek was.
Hoewel ik je nog vorige week gesproken heb.
Hoewel we eigenlijk ook afscheid hebben genomen
Toch was sterven een keiharde klap.
Je moet weten dat we je nooit zullen vergeten!
En hoe je je hebt ingezet voor de nieuwe Amsterdammers.
Hoe je ons hebt geholpen om een plek te veroveren onder de Amsterdamse zon.
Voor mij was jij altijd een goede leraar.
We konden veel van elkaar leren.
Jij bent voor mij de man die het goede voorbeeld gaf.
Je zei:´je hoeft niet van elkaar te houden
om elkaar te respecteren´
Je kan van elkaar leren
In deze moeilijke wereld.
Het einde van je leven was niet onverwachts.
Toch is ons verlies groot.
Ik zal aan je denken.
Wat voor goede mens je was.
Ik geloof in Allah
En heb er altijd steun aan.
Ik geloof dat je nu naar een goede plek toe gaat.
Ik ga je echt missen maatje.
Ik zal aan je denken in mijn gebeden.

Rust in vrede!

woensdag, september 24, 2008

Ezan, Ahmet Altan


Arada bir öğlenleri Kadıköy’deki Osmanağa Camii’nin yanına gidiyorum.

 Oradaki müezzinin sesini seviyorum.

 Ezanı kendine has bir tarzda, araları biraz uzatarak ve çok güzel okuyor.

 Cumaları söyleyişi sanki daha da tatlılaşıyor.

 Güzel söylenen ezanı seviyorum.

 Benim her öğlen gidip ezan dinlememin bir hediyesi gibi biraz önce gelen bir paketten Ahmet Özhan’ın söylediği ilahilerin başında ezan çıktı.

 Şimdi onu dinliyorum.

 Bir ney taksiminin ardından ezan başlıyor.

 Çocukluğumu hatırlatıyor biraz bana.

 Akşam ezanından sonra boşalan kömür kokulu sokaklarda, iyice gölgelenen alacakaranlık kaldırımlarda ağır ağır yürüyerek eve giderdim.

 Hep benimle kalacak bir yalnızlığın kokularını, seslerini ve kurşuni rengini içime sindirirdim.

 O seslerin içinde ezan da vardı.

 Hep de orada kaldı sanırım.

 Din, benim gibi mahcup bir sevgiyle uzaktan bakanlara bile huzur verici, insana hem yalnızlığını hem sonsuzluğunu anlatan bir tesirle dokunuyor yaklaştığınızda.

 Çok sık olmasa da bazen geceleyin camiye giderim.

 Işıklarının çoğu sönmüş, kandil misali birkaç lambayla aydınlanmış o büyük kubbenin altında yalnız başıma otururum.

 Öyle otururum.

 Her şey sonsuzluğun kuvvetli ışığı altında solgunlaşana kadar halıların üstünde bağdaş kurup beklerim.

 Ve, o sonsuzluğu bir yalnızlık içinde hissetmekten hoşlanırım.

 Tanrı, evinin kapılarını bazen açar, bazen açmaz bana.

 O saatte camiye giremeyeceğimi bana bir hoca efendi ya da bir bekçi söylese de, ben onu tanrının söylediğini düşünürüm.

 Kapılar açılmadıysa, “bir kırgınlık var” diye geçiririm içimden.

 “Onu kıracak bir şey yaptım, onun için açmıyor kapısını.”

 Hiç zorlamam.

 “Peki” der ayrılırım.

 Bilirim ki o kapılar yeniden açılacaktır.

 Bir gece gittiğimde beni buyur edecektir.

 Şefkatli bir ses “hadi açayım kapıları” diyecektir.

 Bundan hiç kuşkulanmam.

 Kendimden kuşkulanırım.

 Bir dindar gibi gitmem oraya, ibadete, dua etmeye gitmem.

 “Sana inanıyorum” demeye de gitmem.

 Bir şey istemeye de gitmem.

 O’ndan korkmam, ölümden korkmam, korktuğumdan gitmem oraya.

 Hiçbir nedeni yoktur gitmemin.

 Giderim sadece.

 Kokusunu, ışığını, huzurunu, sonsuzluğunu sevdiğim için giderim.

 Söylenmeyen bir ezan duyarım o sessizliğin içinde.

 Kömür kokulu sokaklarda dolaşan bir hayali görürüm.

 Hayatla ölüm iki küçük çocuk gibi oturur karşıma.

 Ben onların başını okşarım.

 O benim başımı okşar, öyle hissederim.

 Öyle otururum.

 Bir şey söylemem O’na.

 Ne söyleyeyim?

 Kim olduğumu biliyor, günahlarımı biliyor, her şeyi biliyor.

 “Sen inançsız birisin, niye geldin evime” demiyor.

 O demez.

 Bazen kapılarını açıyor.

 Bazen onu kıracak bir şey yaptıysam eğer kapılarını açmıyor bana.

 Sessizce uzaklaşıyorum.

 “Bir dahaki sefere” diyorum, “açacak kapılarını”.

 Açmasa da açana kadar gideceğim.

 İnançsız biri için tuhaf inançlarım var benim, en açılmayacak gibi görünen kapıların bile çok istersen, samimiyetle istersen, dürüstlükle istersen açılacağına inanırım.

 Ve, ne dindarlara yapılan zulmü anlarım, ne de dindarların yaptığı zulmü.

 Dinin yanında, çevresinde, içinde bir zulüm olmasın isterim.

 İnan ya da inanma ama dine dokun.

 Korkulacak bir şey yok.

 Türbanlı çocukta da, oruç yiyende de korkulacak bir yan yok.

 Korku dinden uzak bence.

 Geceleri camiye gittiğimde, o loş ışıkta, sonsuz bir aydınlığın bütün hayatı solgunlaştırdığını gördüğümde korkmam ben.

 Kimse korkmaz.

 Hayat ve ölüm iki küçük çocuk gibi oturur yanıma.

 Onlara gülümserim.

 Belli belirsiz bir hüzün, neye olduğunu bilmediğim bir özlem, derin bir şefkat hissederim.

 Bir şey söylemem.

 Bir şey istemem.

 “İnançsız” olduğumu içimden bile geçirmem, yapmam böyle bir kabalık, O da hatırlatmaz zaten.

 Öyle otururum.

 Bir konuğum ben orada.

 Bazen kapısını açar, bazen açmaz.

 Yakında gene gideceğim.

 Bakalım açacak mı kapılarını.

 Yoksa bir “kırgınlık” mı var aramızda...



Taraf Gazetesi, 23 Eylul 2008

maandag, mei 19, 2008

Help moslims Turkije te moderniseren

In moslimlanden klinkt regelmatig de waarschuwing ‘het regime is in gevaar’. Met regime wordt de kleine oligarchische elite bedoeld, die het betreffende land bestuurt. Dit soort elites bestaat meestal uit hoge bestuurlijke en militaire ambtenaren soms aangevuld met hoge rechters. Zij hebben een democratisch en westers gezicht, terwijl ze in werkelijkheid helemaal niets gemeen hebben met het Westen, behalve hun uiterlijke levensstijl. In werkelijkheid walgen zij van de westerse democratische waarden en ook van gewone mensen.
De oligarchische elites laten verkiezingen, gekozen regeringen, parlement en rechters toe om de schijn van democratie op te houden. Mochten ze zelf niet winnen, dan proberen ze de gekozen regering ervan te overtuigen de status-quo niet te veranderen. Doet de gekozen regering dat wel dan gaat de fase van chaos en intimidatie in. Gekozenen worden geïntimideerd via de media waarin ze zich presenteren. Zelfs aanslagen worden niet geschuwd: beroemde, publieke figuren worden zonder mankeren vermoord. Direct daarna begint de campagne: het regime is in gevaar!
Op dit moment heerst er onrust in de moslimlanden Egypte, Syrië, Tunesië, Algerije en Turkije door de sterk opgelopen voedselprijzen. Mensen gaan de straat op om te protesteren, maar weten niet dat ze willens en wetens arm en dom worden gehouden door het regime. Hun wordt verteld dat hun armoede de schuld is van het westen, vooral van Amerika. In Egypte vertelt Mubarak dat het regime in gevaar is!
Het westen op zijn beurt weet hoe de situatie is, maar uit eigen belang zwijgt het tegenover het Egyptische regime. De olie moet immers wel blijven vloeien.
Voor het Westen is het echter wel van belang zich te realiseren dat zolang het elders onveilig is, het in het Westen ook onveilig zal zijn. Zolang er elders honger is, zal het Westen met de gevolgen worden geconfronteerd: mensensmokkel, aanslagen en andere vormen van terreur. Want mensen in het Midden-Oosten weten donders goed dat Mubarak geen dag in het zadel blijft zonder steun van de Amerikanen.
Inwoners in moslimlanden moeten beseffen dat zij zelf de enigen zijn die een eind kunnen maken aan deze situatie. Ze moeten ophouden toeschouwer te zijn van hun eigen toneelstuk. Als ze op barmhartigheid van het Westen willen wachten, gaat dat duren tot sint-juttemis. Ze moeten beseffen dat de democratie en de rechtsstaat voor iedereen het beste is en zich ontdoen van de bloedzuigers die hen al jaren leegzuigen.
Wat er op dit moment in Turkije gebeurt, is in feite hetzelfde verhaal. De Turkse oligarische clan probeert nu tot elke prijs de toenadering van Turkije tot de Europese Unie te blokkeren. Maar een belangrijke deel van het volk, het percentage dat op Erdogan heeft gestemd, lijkt er nu in te slagen onder leiding van de voortvarende premier uit de eigen schaduw te stappen. Het is de zogenaamd seculiere Baykal, de leider van linkse oppositie, die de veranderingen wil tegenhouden.
Baykal is zo ten einde raad dat hij het moet hebben van trucjes, zoals het veroorzaken een paar dagen vertraging van het wetsvoorstel voor de aanpassing van het beruchte wetsartikel 301, waarmee het beledigen van de Turkse identiteit bestraft kan worden. Toen de parlementsvoorzitter in het buitenland was, heeft diens waarnemer, een vertrouweling van Baykal, het wetsvoorstel enkele dagen niet op de agenda van het parlement gezet.
De AK-partij van premier Erdogan heeft niet alleen de huidige president geleverd, maar er ook voor gezorgd dat de volgende presidenten door het volk zullen worden gekozen. Dat trof de elitaire vampiers in het hart, want de presidentiële stoel was traditioneel hun prerogatief.
Daarbij komt dat in het verleden er een groot aantal instituties in het leven is geroepen die door de president werden bestuurd en aldus buiten parlementaire controle vielen. De president is bijvoorbeeld voorzitter van de Nationale Veiligheids Raad en het is deze raad die het land eigenlijk bestuurt. Verder benoemt de president de leden van gerechthoven, de rectoren van de universiteiten en de leden van het constitutionele hof. Traditioneel regeerde de president dus eigenlijk het land buiten de parlementaire democratie. Erdogan brengt daar nu verandering in. Toen de militaire elite in het voorjaar van 2007 deze ontwikkelingen dreigde te stoppen, leidde dat juist tot massale steun van het volk voor de AK-partij.
De militairen hebben zich aldus min of meer buitenspel gezet. Nu is het nog van belang het juridische apparaat te hervormen. Een recent onderzoek naar de rechterlijke macht toonde aan dat 51 procent van de Turkse rechters en officieren van Justitie is geboren voor 1960. 73 procent van hen spreekt geen andere taal dan Turks. 27 procent is geboren in een stad en 73 procent komt van het platteland.
Leden van de rechterlijke macht hangen nog erg aan het traditionele regime en zien het als hun taak om dat regime te beschermen. De staat staat volgens hen boven het recht en ze zien zichzelf als aanhangers van de staat. Tekenend is de uitspraak „ik ben dienaar van het regime, ik moet het regime beschermen. Natuurlijk zal ik kiezen voor de Staat en niet voor de democratie als ik met tegenstanders van het regime te maken heb” en „waneer mijn land in het geding is heb ik geen boodschap aan het recht”.
Deze uitspraken typeren de houding van de rechterlijke macht en ontmaskeren het ondemocratische karakter ervan. Deze onthullende uitspraken, afkomstig van rechters die lid zijn van de Tesev, een Turkse denktank, laten zien dat een onafhankelijke rechtsgang een illusie is, wanneer de positie van de staat in het geding is.
Europa moet de Turkse democratie beschermen. Het Turkse experiment is te waardevol om in te ruilen voor kortetermijnbelangen of onverschilligheid. Turkije is als kandidaat-lid de grootste aandeelhouder van de toekomst van Europa. Het is verbazingwekkend stil in Den Haag. Bijna alle Europese landen hebben zich uitgesproken voor de Turkse democratie. Wat de Nederlandse regering denkt, weten we nog steeds niet.
Haci Karacaer is publicist
Gepubliceerd in NRC 23 april 2008