donderdag, oktober 12, 2006

Wie durft zijn schil af te doen?

Alle ideeën, of ze nu religieus zijn of seculier, hebben een buitenkant en een binnenkant. Met andere woorden: er is een genormeerde buitenkant die op zichzelf een product van menselijke interactie in een tijdhorizon. De normen kristalliseren zich dus uit via gesprekken, discussies, confrontaties en soms botsingen. Na een bepaalde tijd is nu het moment van uitkristallisering aangebroken. Zo hebben we de ‘buitenkant’, de ‘normen’ van ons idee
Terwijl de waarde, de essentie van het idee in de kern ervan verborgen blijft. Dat is wat ik noem de ‘binnenkant’, de kern. Dat is ook de constante. De buitenkant, de schil, is hard in plaats van zacht, het is niet voor niets de schil, de bast of het pantser. Het is niet voor niets de schil. In het beste geval wordt de schil hergebruikt als diervoeder. Een ei wordt getikt, appel geschild en een noot gekraakt. Maar die kern die overblijft is ook verteerbaar voor degene die het fruit in kwestie niet kent. Ook al is het na eerst voorzichtig geproefd te hebben.
Als je anderen voor een idee wilt winnen, moet je ze meenemen naar de kern. Je moet samen door de schil heen, daarachter kunnen kijken. We moeten als een archeoloog gaan graven in elkaars kernen. Dan zullen we zien dat we helemaal niet zover van elkaar staan. Afgezien van een aantal uitzonderingen is wat de mensheid heeft voortgebracht dienstbaar aan een beter en gelukkiger leven.

Het kenmerkende van het huidige integratiediscours is dat het blijft steken op het niveau van wettelijke maatregelen. De nieuwe Nederlanders worden niet via hun ‘harten en hoofden’ benaderd, maar via de wet. Ik wordt geconfronteerd met ‘uw normen en waarden’. Ik hoor alleen maar: “Je hebt er zelf voor gekozen om in dit land te komen wonen, dus moet je onze normen en waarden accepteren.”Je moet je aanpassen, of beter nog: assimileren.


De geschiedenis laat zien dat een dergelijke aanpak uitsluitend leidt tot botsingen. U laat mij de ‘buitenkant’ van uw samenleving, uw democratie en uw waarden zien. U biedt mij alleen uw schil, uw pantser aan. Ik zou zeggen dat we last hebben van een teveel aan normatieve vroomheid. U gaat er vanuit dat ik heb meegedaan met het totstandkomingproces ervan Het proces van het idee tot de uitkristallisering ervan in normen. Ik heb de schil van uw idee niet zien ontstaan. probeert mij te verleiden alleen naar de schil te kijken, terwijl ik niets weet van de kern van uw samenleving, uw democratie, uw waarden.
Deze liggen immers veel dieper, we praten daarom om een kern. Hoe ziet de ‘betekeniskaart’ van uw samenleving eruit? Welk idee staat achter ‘uw democratie’? Dus kom mij niet vertellen dat ik bijvoorbeeld homo’s moet accepteren omdat artikel 1 van de Grondwet dat van mij eist. Vertel mij liever over de diepe gedachten achter artikel 1. Dan pas hebben we echt een gesprek waar we verder mee kunnen komen. Nee, men kiest voor de weg van het minste werk, en dat is tegelijkertijd de weg van de meeste weerstand.

Hebben we hier te maken met een reële armoede of is er sprake van luiheid. Want het is pijnlijk te constateren, hoe weinig denkers er zijn. Denkers die niet alleen bereid zijn, maar ook in staat zijn om over de kern artikel 1 of de kern van onze samenleving’, onze democratie, onze waarden’ te vertellen.

Dit verhaal geldt natuurlijk ook voor de nieuwe Nederlanders. Zij kunnen niet slechts volstaan met: dit is mijn cultuur, mijn religie of mijn identiteit. Heb er respect voor!. Zo werkt het niet. Ook zij moeten weg uit hun comfortabele zone van het eigen gelijk. Vertel me nu waar ik respect voor moet hebben. Respect dat je zomaar ontvangt is meestal leeg.

De vraag die zich steeds weer opdringt is de volgende: wie durft zich kwetsbaar op te stellen? Met andere woorden: wie durft zijn schil, zijn pantser af te doen.