zaterdag, mei 05, 2007

Na Fortuyn is de islam geen vreemde meer

Zondag is het vijf jaar geleden dat Pim Fortuyn werd vermoord. Zijn politieke erfgenamen hebben niets begrepen van zijn strijd. Hij schopte tegen de gevestigde orde, niet tegen de islam.

In alle islamitische culturen kom je volkshelden tegen in prachtige verhalen en anekdotes. Zo ken ik uit mijn jeugd het verhaal van Ali Baba en Hasan Baba. Ali Baba is een smid die in mijn geboortestad stad Aksaray leeft en werkt. Hasan Baba woont, eenzaam, buiten de bewoonde wereld op de toppen van de berg Hasan. Hij bezoekt zijn vriend Ali Baba elk jaar door naar de stad af te dalen. Als kado neemt hij steevast een zakje sneeuw van de bergtop voor hem mee. Het zakje hangt hij boven het vuur van Ali Baba’s smidse. Het verhaal gaat dat ondanks de hitte de sneeuw niet smelt.
Op een dag is Hasan weer op bezoek bij Ali. Hasan ziet een vrouw voor de smidse passeren, en hij ziet haar enkels. Prompt begint zakje sneeuw te smelten. Hierop zegt Ali Baba glimlachend tegen zijn vriend: ’Het is niet zo moeilijk om op een bergtop de vrome man uit te hangen. Het is pas een prestatie als je tussen de mensen leeft en vroom blijft’.

Vóór Pim Fortuyn waren we in Nederland allemaal Hasan Baba’s. Bevolkingsgroepen leefden geïsoleerd van elkaar, op hun eigen berg. Maar dat veranderde. Wij daalden steeds vaker af naar de stad. Oftewel: we kwamen uit onze hokjes. En we zagen steeds meer ’vrouwen’: we raakten verontrust over dingen die we niet kenden. Onverschilligheid en negeren hielpen niet meer.
We leven nu in de stad door elkaar. En moeten nieuwe manieren vinden om ’vroom’ te blijven. In seculiere taal: om elkaar en onszelf wederzijds nieuwe omgangsvormen bij te brengen.

De politiek is niet meer leidend. Niet meer richtinggevend. Niet meer organiserend. De politiek loopt hopeloos achter de feiten aan. Ooit ging het om het verstandig omgaan met verschillen en een rechtvaardige verdeling van middelen en kansen. Tegenwoordig gaat politiek over focusgroepen, spindoctors, mediaoptreden, voorlichters, peilingen, het plekje in het ’NOS Journaal’ en actualiteitenrubrieken.
Zie daar onze grote volksheld Jan Marijnissen. In de Telegraaf laat hij zich uit over dubbele passporten van onze staatsecretarissen. Het zou een ’extra dikke plus’ zijn als ze hun oorspronkelijke nationaliteit zouden opgeven. Vervolgens kreeg hij van zijn achterban een pak slag waar hij van schrok. Marijnissen hield zich vervolgens heel erg stil. Geen van de grote partijen heeft een aantrekkelijk antwoord op wat assertieve burgers bezighoudt of angstig maakt.

Alleen op lokaal niveau heeft de politiek nog het primaat. Daar staan burgemeesters en wethouders met beide voeten in de modder. Zij worden direct geconfronteerd met hun gedrag. Het aantrekkelijke hierbij is dat je er geen opiniepeilers voor nodig hebt.

De opvolgers van Fortuyn hebben niets begrepen van zijn strijd. Fortuyn heeft veel meer geschopt tegen de gevestigde orde dan tegen de moslims en islam. Natuurlijk heeft hij uitspraken gedaan die pijn deden. Maar zijn strijd was vooral gericht tegen het establishment dat meer met zichzelf bezig was dan met het ’volk’. De erfgenamen van Fortuyn hebben dat geperverteerd tot islam-bashing.
Nou moet ik bekennen dat voorlopig lijkt dat je best politieke munt kan slaan uit het problematiseren van de islam. Geert Wilders is zo’n politicus. De manier waarop zowel moslims als niet-moslims op hem reageren, maakt dat hij de volumeknop alleen maar verder opendraait.

Vooral moslims proberen een ’fatsoenlijk mens’ van Wilders te maken. Want hij moet wel ’respect’ hebben voor moslims en voor de islam. Hij moet van alles en mag vooral van alles niet.
Ik zeg tegen mijn broeders en zusters: ’Heb je wel eens een bokswedstrijd gezien?’ Als je bij je tegenstander de wenkbrauwen openslaat, dan blijf je op de wond te slaan om je tegenstander knock-out te slaan. Dat doet Wilders nu eenmaal.
Het heeft geen zin om te ’smeken om respect’. Respect kan je niet op bestelling ontvangen. Respect kan je verdienen of afdwingen. Heb wat meer vertrouwen in onze rechtstaat en democratie.

Wat dacht je van hoe ooit Mohammed Ali reageerde: „Ik ben Amerika. Ik ben het deel dat jullie niet zullen erkennen, wen maar aan me. Zwart, zelfverzekerd, eigengereid; mijn naam, niet die van jullie; mijn geloof, niet dat van jullie; mijn doelstellingen, die van mijzelf. Wen maar aan me.

De islam is geen buitenstaander meer. De islam is een vast onderdeel geworden van het straatbeeld, van het schoolplein, van het kabinet, van de politiek, van kunst en cultuur. Een groep moslims is bezig om een komediefestival te organiseren onder de naam: ’Allah made me funny!’ Anderen zetten zich in voor hun wijk onder de naam ’Islam aangenaam’ of ’Wij blijven hier.nl’.

We hebben problemen die moeten worden opgelost met behulp van moslims. We hebben behoefte aan veel meer zelfkritiek, reflectie. We moeten radicaal de islamitische cultuur van de ’juiste middenweg’ uitdragen. We moeten radicaal onze democratie en rechtstaat verdedigen tegen allerlei soorten extremisten. We moeten zien dat er binnen de moslimgemeenschap en binnen Nederland verschillen bestaan in ideeën en opvattingen – en dat ook accepteren. We moeten accepteren dat vrijheid van geloof ook vrijheid van niet geloven is.

Veel werk aan de winkel voor de smederij van Ali Baba. Maar we laten ons niet gek maken. Kijk eens hoe de Amsterdamse wethouder Ahmed Marcouch in Slotervaart juist op deze punten in de weer is. Hij is een interessant experiment begonnen in een wijk waar veel moslims wonen. Aan het integratiedebat heeft hij de dimensie religie/islam toegevoegd.
Er zijn veel mensen die denken dat de islam een van de bepalende factoren is in het debat maar slechts weinigen durven het te agenderen. Velen denken dat de islam een monolitisch blok is, in plaats van een baaierd aan nationaliteiten en interpretaties. Het lijkt het christendom of het jodendom wel.

Soms heb ik medelijden met Geert Wilders. Over driehonderd jaar zal ik nog steeds moslim zijn. De Koran zal hetzelfde aantal bladzijden of bytes bevatten als nu. De naam Mohammed zal ook dan de lijst aanvoeren van babynamen.
Ik ben niet van plan om ooit weg te gaan. We zullen ook dan onze orthodoxen hebben. Ook dan zullen er Nederlandse moslims zijn die ’hun baard’ hebben, ’hun sluier’, ’hun jurk’. Allemaal dankzij onze democratie en rechtstaat. Zoals bokser Mohammed Ali zei: u kunt er maar beter aan wennen.

Waar ik zelf niet aan zou kunnen wennen, is een samenleving waarin mensen als Wilders niet aan het woord kunnen komen. Zonder Wilders, zonder de radicale imam Salam uit Tilburg en anderen die maximaal onze democratie consumeren, zou onze democratie stinken.

Ons land, onze democratie en onze rechtstaat zijn het open debat met Wilders en anderen waard. Ik zal er tot de laatste snik voor strijden. Ik ben tenslotte een moslim.