woensdag, december 15, 2004

`Zelfs mijn eigen vrouw vindt mij te liberaal'

Danielle Pinedo - NRC Handelsblad, 15 december 2004

Hoe combineren mensen hun werk en privé-leven? Deel 9 in een serie: Haci Karacaer (42), directeur van Milli Görüs. ,,Ik trek hele duidelijke grenzen.''
U bent sinds 2000 directeur van Milli Görüs, een Turkse sociaal-religieuze organisatie met 5000 leden. Kunt u aan de hand van een willekeurige werkweek uitleggen wat die functie behelst?
,,Maandag kreeg ik bezoek van een groep studenten die bezig is met een promotieonderzoek naar moslims in Nederland. Verder heb ik die dag de uitreiking van de Joke Smit-prijs bijgewoond en een lezing gegeven over vrijheid van meningsuiting en religie voor Protestantse Kerken Nederland (PKN). Dinsdag kreeg ik een journalist van de Washington Post op bezoek die benieuwd was hoe Nederlandse Turken de nasleep van de moord op Theo van Gogh ervaren. Ik heb werkoverleg gevoerd voor een bijeenkomst in de Rode Hoed en een lezing van publicist Paul Scheffer bijgewoond. Woensdag had ik onder meer een gesprek met een journalist van een Koerdische krant en een ontmoeting met een voorman van de Marokkaanse gemeenschap. Kortom: een baan waar veel bij komt kijken.
Afgaande op berichten in de media bent u veel tijd kwijt met overreden, gladstrijken en uitleg geven.
,,Vijftig procent van mijn werk bestaat uit wat ik `duiden' noem. Vooral de weken na de moord op Theo van Gogh werd ik opgeslokt door het geven van verklaringen voor ontwikkelingen of incidenten. Neem het beruchte voorval, twee weken geleden, tijdens het bezoek van minister Verdonk aan een imam-bijeenkomst in Soesterberg. Weet u hoeveel mensen van mij wilden weten waarom moslims niet hebben geprotesteerd tegen de weigering van imam Ahmad Salam om haar een hand te geven! Ik ben de tel kwijtgeraakt.''
U heeft drie zonen, van wie er twee gehandicapt zijn. Hoe verhoudt uw werk zich met de zorg voor hen?
,,Goed, want ik trek hele duidelijke grenzen. In het weekend zet ik mijn agenda op slot; alleen bij hoge uitzondering bezoek ik een bijeenkomst of optreden. Op maandag, woensdag en vrijdag kunnen mijn vrouw en ik 's avonds een beroep op de thuiszorg doen. Verder worden de kinderen elke dag om half negen door de gehandicaptenzorg opgehaald en tegen vier uur 's middags weer thuisgebracht. Ik stop de jongens in bed en dien 's avonds ook de voeding per sonde toe. Voor controles in het ziekenhuis veeg ik mijn agenda schoon. Het is zwaar, maar wel te doen.''
Levert die taakverdeling wel eens problemen op?
,,Nee. Als je gehandicapte kinderen hebt, kun je je geen slepende conflicten permitteren. Als je elkaar niet steunt, red je het niet.''
Beschouwt u zichzelf als een geëmancipeerd man?
,,Ja, zeker in vergelijking met mijn doelgroep. Velen vinden mij te soft voor vrouwen en zelfs mijn eigen vrouw vraagt zich zo nu en dan af of ik niet te liberaal ben. Ze heeft haar rijbewijs en zwemdiploma gehaald, was enige tijd lid van een fitnessclub en gaat geregeld op stap met haar vriendinnen. Daar heb ik absoluut geen probleem mee. Sterker nog: ik probeer haar te stimuleren om nóg zelfstandiger te worden.''
Uw vrouw is fulltime moeder. Stel dat ze zich op een dag bij u zou melden met de mededeling dat ze een betaalde baan gevonden heeft.
,,Mijn vrouw heeft wel eens laten doorschemeren dat ze een secretariële functie ambieert. Dat betekent dat ik een stapje terug zou moeten doen of dat we vier dagen per week de thuiszorg zouden moeten inschakelen. Het vergt veel planningsvermogen, maar met wat goede wil komen we er wel.''
Doet u wel eens een beroep op vrienden of familieleden?
,,Nee, want de zorg voor een gehandicapte is tamelijk specialistisch. Veel mensen vinden het eng, zo'n slang in de maag. Het is vrij simpel om zo'n pompje te bedienen, maar kennelijk roept het weerstand op.
Wel sneaken mijn vrouw en ik er 's avonds soms tussenuit als de kinderen slapen. We hebben lieve buren die graag een oogje in het zeil houden. Zo probeer je wat intimiteit te creëren.''
Wat doet u in uw vrije tijd?
,,In Amsterdam kom ik graag in cultureel centrum De Balie en in boekhandel Scheltema. Op die plekken spreek ik ook af met mijn vrienden.
Of we gaan struinen door de PC Hooftstraat, want ik ben gek op mooie pakken.''

Naam: Haci Karacaer (42) Burgerlijke staat: getrouwd, 3 kinderen (Yavuz, 18, Selim, 14, Eyeub, 4) Beroep: directeur van de Turkse, sociaal-religieuze organisatie Milli Görüs

zaterdag, september 11, 2004

...en zelfstandig denken over goed en kwaad.

Haci Karacaer- NRC Handelsblad 11 september 2004

Na 11 september 2001 zijn de verhoudingen tussen het Westen en de islamitische wereld in razendsnel tempo achteruit gegaan. Ook in ons land is het onbegrip tussen autochtonen en de moslimbevolking gegroeid. Haci Karacer, directeur van de Turkse moskeevereniging Milli Görüs, kan zelfs de vraag van zijn oudste zoon niet meer beantwoorden: Als de islam liefde is, waarom plegen moslims dan aanslagen? En bij iedere bomaanslag of gijzeling, van Madrid tot Beslan, groeit de haat. Kan dit wij-zij schema worden doorbroken?
Mensen schijnen te weten waar ze waren toen John Kennedy werd vermoord. Ik weet waar ik was op 11 september 2001. Midden in de voorbereiding van een conferentie over islam en moderniteit. In de pauze zappen, totdat het moment kwam dat iedereen in het restaurant van onze moskee aan zijn stoel vastvroor. De beelden van het tweede toestel dat zich in de Twin Towers boorde. De dag waarna niets meer hetzelfde zou zijn en geen enkel discours over geloof en politiek nog vrijblijvend kon zijn.
Ik weet ook waar ik op 1 september 2004 was toen ik hoorde van de gijzeling op de school in Beslan. Ik had net mijn kinderen naar school gebracht. Kinderen van dezelfde leeftijd. Ik werd overvallen door een leeg, machteloos gevoel van woede. Ik zette mijn auto aan de kant. Hoe is het mogelijk dat ouders, moeders van kinderen, moordmachines kunnen worden?
Mijn oudste zoon heeft nu de leeftijd dat hij vragen gaat stellen. Als jij, pap, steeds zegt dat islam liefde is, waarom kunnen mensen die zeggen dat ze moslim zijn, zoiets doen? En ik, de directeur van één van de grootste moslimorganisaties in Nederland, kom niet veel verder dan: ,,Jongen, je moet naar je hart luisteren.'' Mijn zoon is oud genoeg om te weten dat op dit moment mijn handen even leeg zijn als de zijne.
11 september heeft als icoon dezelfde lading gekregen als een andere septemberdag, 65 jaar geleden: het begin van de Tweede Wereldoorlog met de inval van Nazi-Duitsland in Polen.
n net zomin als we de Tweede Wereldoorlog los kunnen zien van de Eerste Wereldoorlog en het Europese kolonialisme, kunnen we 11 september niet los zien van de ondergeschikte positie waarin lokale volken zich bevinden ten opzichte van koloniale machten en hun belangenbehartigers. Een blik in de atlas is voldoende om te zien dat de grenzen met een lineaal zijn getrokken en niet volgens historische of culturele grenzen.
En er zijn meer verklaringen. Een van de redenen voor de terreur en het `islamitische' geweld is dat het zou voortkomen uit de armoede van de lokale bevolking en de snelle bevolkingstoename. (Twintig jaar geleden had Marokko evenveel inwoners als Nederland, nu is dat het dubbele). Maar dat is niet de reden. Het huidige moslimterrorisme komt voort uit een gebrek aan democratie in de eigen regio en is met name een uitvloeisel van de machtsstrijd die binnen de Arabische landen wordt gevoerd. Het gaat Bin Laden er niet om Amerika te vernietigen maar om zelf koning van Saoedi-Arabië te worden.
Het knelpunt in de islamitische wereld zit 'm in het giftige mengsel van de negatieve effecten van globalisering, corruptie, gebrek aan democratie en religieuze en culturele armoede. Het zegt iets, dat in een land als Griekenland met 12 miljoen inwoners per jaar meer boeken worden gepubliceerd dan in heel de Arabische wereld bij elkaar.
Wat is de invloed van 11 september op de westerse samenleving geweest? De aanslagen hebben in ieder geval gewerkt als een katalysator voor processen die onderhuids al aanwezig waren. De islam werd in sommige kringen al langer als het ultieme kwaad gezien na de teloorgang van het communisme. De vijand had weer een gezicht.
De negatieve energie die hierbij vrijkomt dwingt iedereen op zijn minst over zijn eigen positie na te denken. Van moslim tot een normen- en waardenman als Balkenende. We zijn tot elkaar veroordeeld en dat is een voordeel. We zouden het debat wat legitiemer en productiever kunnen maken door ons aan spelregels te houden: argumenteren, openstaan en niet op de man spelen.
Aan de kant van de moslims is er het voordeel dat ook hun veiligheid niet meer in termen van geloofszekerheden gedefinieerd kan worden. Abdul Rahman al-Rashid, managing directeur van de Arabische tv-zender Al-Arabiya, schreef afgelopen week in een commentaar in een Arabische krant dat weliswaar niet alle moslims terroristen zijn, maar dat ,,even zeker en uitzonderlijk pijnlijk [is], dat bijna alle terroristen moslim zijn''. Hij stelt vervolgens de vraag: ,,Zegt dat ons iets over onszelf, onze maatschappijen en onze cultuur?''
Het debat over islam en moderniteit wordt nog hoofdzakelijk door een witte elite gedomineerd, waarbij op de achtergrond raakt dat de huidige islam eerder een maatschappelijk verschijnsel is dan een theologisch doorwrocht geloof. Of het nu gaat om Huntington's clash of civilizations of de uitgestoken hand van Paul Scheffer: moslims hebben hun weg nog niet gevonden in het debat, hoogstens in de marge ervan.
De uitdaging ligt bij de moslimgemeenschap om zelf naar de wortels van het geloof op zoek te gaan, met de vraag in het achterhoofd hoe de Profeet gehandeld zou hebben, als hij in deze tijd zou hebben geleefd.
Niet alleen 11 september, maar ook 11 maart en nu Beslan moeten moslims duidelijk maken dat de geloofsgemeenschap tot het bot is verdeeld en dat bij gebrek aan een degelijke wetenschappelijke, theologische, vergelijkende herbestudering van de islam, dat ook zo zal blijven.
In toenemende mate zullen moslims het slachtoffer worden van misdadigers die zeggen uit naam van hetzelfde geloof te handelen. Elke moslim zal weer zelfstandig moeten leren denken over goed en kwaad, over zijn positie in de hoofdstroom van de samenleving en zijn of haar bijdrage aan moderniteit en burgerschap. Dat gaat pijn doen, temeer omdat ze niet bepaald met open armen worden ontvangen.
Maar laat één ding duidelijk zijn: als een methode of aanpak van een beweging niet legitiem of rechtvaardig is, kan het doel ervan ook niet legitiem zijn. En dat is de boodschap die niet alleen na 11 september, maar ook na Beslan in onze moskeeën wordt verkondigd. En pas als onze moskeeën met twee benen in de samenleving staan, actief zijn in buurt of wijk en de deuren open hebben staan voor iedereen, kunnen we een praktische bijdrage leveren aan de huidige samenleving.

zaterdag, mei 01, 2004

De tien geboden

Door Arjan Visser - Trouw

Haci Karacaer (Aksaray, 1 januari 1962) is directeur van de Turkse sociaal-culturele moslimorganisatie Milli Görüs. Karacaer kwam in 1982 naar Nederland, werkte eerst als schoonmaker, maar maakte na omscholing in de automatisering carrière bij de ABN Amrobank. Het feit dat hij te veel moslims 'aan de kant' zag staan, deed hem uiteindelijk besluiten zich in te zetten voor een beter begrip en een betere verstandhouding tussen 'gelovigen en niet-gelovigen'.

1.Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
,,Er is maar één God. Voor mij heet Hij Allah, maar Zijn naam doet er niet zoveel toe; Hij spreekt alle talen, Hij verstaat ons allemaal. Ik zie geen gedaante voor me, geen silhouet, geen wezen, geen ding. Het is een aanwezigheid. Ik weet dat ik word gehoord. En dat ik word gezien. Het is niet Zijn schuld dat de wereld op zijn kop staat - de mens heeft er zo'n puinhoop van gemaakt. In de islamitische wereld is men geneigd de eigen wil uit te schakelen. Bij alles wat een moslim overkomt, roept hij: het is de wil van Allah. Een overstroming, een aardbeving: de straf van God. Laatst werden in 'Nova' de preken uitgezonden van imams die gelovigen opriepen tegen Bush te vechten omdat Allah hen zou steunen. Daar lach ik om. Wat een zielig wereldbeeld hebben die mannen toch... Alsof God iets met al die oorlogen te maken zou willen hebben. Ten tijde van de oorlog in Joegoslavië heb ik God ook om een vliegtuig gevraagd -zo'n toestel uit Hollywood waarmee je de vijand verslaat zonder zelf ooit neer te storten- maar inmiddels heb ik die naïeve beelden ver achter me gelaten. Ja, ik ben veranderd -volgens de profeet verandert je hart 70000 keer per dag- maar ik heb nog nooit, niet één seconde, aan Zijn bestaan getwijfeld. Ik geloof dat Allah ons hersenen heeft gegeven en een vrije wil om ons leven in te richten zoals wij dat goed dunken. Je kunt alle kanten op, maar je zult later wel rekenschap af moeten leggen. Van alles wat wij doen wordt een keurige administratie bijgehouden. Op de dag des oordeels wordt alles, goed en kwaad, gewogen. Hoe hel en hemel eruitzien, is niet zo interessant. Er zijn wel beschrijvingen van, maar ik vind het belangrijker na te denken over hoe ik goed moet leven dan te fantaseren over de plaats waar ik straks terecht zal komen.''

2.Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
,,Ik geloof dat Mammon de grootste afgod is. Alles draait om geld. Zelfs op 11 september liet CNN onder die vreselijke beelden van de aanslagen op de Twin Towers nog het bandje lopen waarop de beursberichten werden doorgegeven. Martin K., die moordenaar, exploiteert vanuit zijn cel een website waarop je, tegen vergoeding, mag zien hoe hij zijn slachtoffer heeft verminkt. Alles is te koop. We leven in een amorele maatschappij en het lijkt almaar erger te worden... hoe we hier uit komen? We kunnen niet zonder religie, zonder overtuiging of geloof. Voor de een is het de islam, voor de ander de sociaal-democratie, het christendom of het humanisme. We moeten een aantal universele waarden staande zien te houden. Het zijn juist de mensen die zich niets van moraal of ethiek aantrekken die de wereld zo gevaarlijk maken. Ja, je hebt gelijk: fundamentalisten zeggen ook vanuit hun geloof te handelen, maar zij gebruiken religie als politiek instrument. Hun strijd heeft niets met God te maken. De naam van Allah wordt overal misbruikt. Heb je die beelden gezien van de verkoolde lijken die door Falloedja werden gesleept? Dat zijn ook moslims geweest... op zulke momenten voel ik mij verslagen. Ik zit te janken bij de televisie, echt waar... Het zijn zware tijden, dat geef ik toe, maar ik ga niet bij de pakken neerzitten. Ik ben een moslim. Een moslim kan niet leven zonder hoop. Sterker nog: het opgeven van de hoop wordt als een zonde uitgelegd.''

3.Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
,,Ayaan Hirsi Ali was niet de eerste die iets naars riep over de profeet. In de tiende eeuw waren er al moslims die cabaret maakten op basis van wat zij 'oudewijvenverhalen' uit de Koran noemden, maar je denkt toch niet dat over één van hen ooit een fatwah is uitgesproken? Dat stoort mij in de huidige discussies over de islam nog het meest: iedereen, moslims en niet-moslims, bedient zich van clichés. Ja, de islamitische wereld loopt achter, maar in 830 waren in het huidige Bagdad al debatcentra waar gelovigen en niet-gelovigen met elkaar in discussie gingen. Toen waren moslims niet bang om van een ander te leren. Ze redeneerden vanuit zelfvertrouwen, vanuit sterkte. Ze vertaalden boeken, ze waren nieuwsgierig. Nu is het de angst die regeert. Iedereen is de vijand. Niemand is te vertrouwen. Er hoeft maar iemand iets vervelends over de islam te roepen of de moslims zijn gekwetst. Bij het minste of geringste wordt om de toorn van Allah gesmeekt. En dan denk ik: wie is hier nou je gids? Als je zoveel om de profeet geeft, waarom volg je hem dan niet in zijn gedrag? Je kunt wel in zo'n jurk gaan lopen, een lange baard dragen en op een stukje hout kauwen omdat de profeet ooit gezegd heeft dat zoiets hygiënisch is, maar wat heeft dat allemaal nog met het geloof te maken? Veel moslims proberen van de profeet een bovenmenselijk wezen te maken, maar dat is onzin. De profeet was een mens. Hij kon lachen, hij kon huilen, hij kon ruzie maken met zijn vrouw. De profeet is iemand op wie je kritiek mag hebben. Sommigen van zijn metgezellen hebben ook kritiek gegeven wanneer het ging om zijn persoonlijke beslissingen waar geen openbaring tegenover stond. Dat betekent overigens niet dat je geen au mag roepen als iemand je schopt. Het doet pijn als Ayaan Hirsi Ali beweert dat hij een perverse tiran en een pedofiel was, al zegt het meer over Ayaan dan over de profeet. Mijn liefde voor de profeet is er in ieder geval niet minder door geworden.''

4.Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
,,Eigenlijk zou je iedere dag een beetje rust moeten nemen, maar ik geef toe dat ik daar ook niet aan toe kom. De luxe om de lasten te verdelen ontbreekt bij Milli Görüs. De kloof tussen onze gemeenschap -met weinig opleiding, weinig ervaring in een stedelijke omgeving- en de superontwikkelde samenleving is zo groot, dat ik voortdurend overal moet opdraven om dingen uit te leggen. Ik voel me haast verplicht om iedere uitnodiging aan te nemen en maak zo dagen van tien, twaalf uur. Ja, dat gaat ten koste van mijn gezin. We hebben drie kinderen. Twee van hen zijn verstandelijk en lichamelijk gehandicapt. Ze wonen thuis. Ik probeer de weekenden vrij te houden om voor hen te zorgen, zodat mijn vrouw even kan doen wat ze wil.''

5.Eer uw vader en uw moeder
,,Mijn vader ging naar Nederland toen ik vijf was. Ik herinner me niets van zijn vertrek. Op een dag was hij weg. Misschien dat ik, als oudste van vijf kinderen, sneller volwassen werd. Ongemerkt nam ik taken van hem over. Toen hij drie jaar later voor de eerste keer terugkwam, voelde ik mij totaal van hem vervreemd. Ik durfde niet eens bij hem op schoot te gaan zitten. Een van mijn zussen -ze is inmiddels overleden -heeft nooit samen met hem aan tafel willen zitten. Ze at altijd apart. Zo erg heb ik er niet onder geleden, maar ik moest, toen ik in 1982 naar Nederland ging, wel mijn relatie met hem helemaal opnieuw opbouwen. Ik weet nog dat hij mij 's avonds laat glaasjes melk kwam brengen omdat hij vond dat ik te mager was: 'drink maar op, jongen'. Ik ben eigenlijk altijd trots op hem geweest. Die man heeft twintig, dertig jaar lang afstand genomen van zijn vrouw, zijn gezin. Hij heeft dat gedaan om ons, zijn kinderen, een betere toekomst te geven. Maar daar zit ook meteen de moeilijkheid: voor hem telt vooral de materiële ontwikkeling. Hij wil graag dat ik een huis in Turkije koop, terwijl ik liever in mezelf investeer. Over het begrip zelfontplooiing valt met hem niet te discussiëren. Het is sowieso erg moeilijk om met hem in discussie te gaan. Ik neem me iedere keer voor hem met rust te laten, maar na vijf minuten hou ik het niet meer. Zeker als het over de islam gaat. Hij vindt mij te verlicht. Ik vind hem te ouderwets. Toch is liefde het eerste woord wat in mij opkomt als ik aan hem denk. Ik weet dat hij niet anders kan, hij maakt deel uit van een andere generatie. Bovendien geloof ik dat hij, stiekem, ook wel trots is op het rebelse gedrag van zijn zoon.
Mijn relatie met mijn moeder is van een heel andere orde. Ik voel me vooral verantwoordelijk voor haar. Ik zie weer voor me hoe we jarenlang, met z'n allen, het grote bed deelden. Hoe ik naar mijn tante holde omdat mijn moeder ging bevallen en mijn zusje al geboren was toen we terugkwamen. Ze deed eigenlijk alles alleen. Onze geboortes werden niet eens geregistreerd; ze beviel tussen de bedrijven door. Ik ben volgens de burgerlijke stand op 1 januari 1962 geboren. Dat klopt niet, maar op welke dag ik dan wel ben geboren weet niemand meer. Mijn moeder heeft altijd een zwaar leven gehad. Ze heeft een schoonfamilie die zich overal mee bemoeit en in discussies telt haar mening niet. Mijn vader vindt dat vrouwen een toontje lager moeten zingen, of misschien zelfs hun mond helemaal niet open moeten doen. Mijn moeder nodigt, door zich niet te verzetten, anderen haast uit haar te schoppen. Ze heeft nooit geleerd voor zichzelf op te komen. Daarom doe ik het, voor haar.''

6.Gij zult niet doodslaan
,,Ik vraag Allah iedere dag of Hij mijn twee kinderen -als ze heel erg gaan lijden- wil laten ophouden met ademen. Ze kunnen niet praten. Ze kunnen niet zeggen waar het zeer doet of waar ze naar verlangen. We hebben alleen oogcontact en ik heb geen idee wat er tot hen doordringt. Ze zijn nu vijf en veertien. We weten niet hoe lang ze nog zullen leven. We weten zelfs niet wat hen mankeert. Daarom vraag ik Allah of zij uit hun lijden verlost mogen worden, alles lijkt me beter dan een leven aan draden en slangen.
Ik kan me voorstellen dat ik uiteindelijk voor euthanasie zou kiezen, al is het volgens de Koran niet toegestaan. Ik zou daarmee bewust afwijken van de voorschriften en de consequenties van mijn gedrag aanvaarden. Wat die zijn? Dat weet ik niet. Dat zie ik straks wel. Ik probeer het goede te doen en ik wil niet bij iedere beslissing die ik neem bedenken hoe groot de eventuele straf zou kunnen zijn.
Ik geloof ook niet dat God mij dit heeft aangedaan; dat Hij ons met opzet twee gehandicapte kinderen heeft gegeven. Dat zijn autonome processen. God is niet iemand die in een controlekamer zit en op allerlei knopjes drukt. De ziekte van mijn kinderen is een kwestie van verkeerde cellen. Daar zit geen goddelijke gedachte achter - waarmee ik overigens niet beweer dat God er niet van weet. Hij weet alles, maar ik geloof niet dat Hij zich op die manier met ons bemoeit. Alsof vaak bidden en veel vasten beloond zou kunnen worden. Het enige dat ik kan doen is Hem vragen of Hij mij geen last wil geven die ik niet kan dragen. Dat gebed is tot op heden verhoord.''

7.Gij zult niet echtbreken
,,Voor een gearrangeerd huwelijk ben ik veel te arrogant. Zij was gewoon de ware. Ik heb nooit een ander gehad. We zijn allebei als maagd het huwelijk ingegaan. Voorbeeldig? Ja, ik vind van wel. Ik ben gelukkig. Ik kom niets tekort. In het Westen wordt alles, ook het seksleven, door een wetenschappelijke bril bekeken. Ik word gek van al die onderzoeken: hoe vaak doen we het? Een keer per week? Twee keer per week? Hebben die mensen niets beters te doen? Je zou op den duur nog gaan geloven dat er iets mis met je huwelijk als je niet doet wat er in zo'n artikel staat. Liefde heeft volgens mij niets met wetenschap te maken. Natuurlijk zie ik wel eens een vrouw die mij bevalt; schoonheid trekt altijd aandacht. Ik kan ook gefascineerd raken door een mooie auto. Het is misschien een ongelukkige vergelijking, maar het principe is hetzelfde: 't is prachtig, maar niet van mij. Ik ben trouw, ik doe mijn best voor ons huwelijk, maar dat wil niet zeggen dat ik tegen echtscheiding ben. Soms is het beter om uit elkaar te gaan. Voor de islam is echtscheiding een doodnormale zaak. Voor veel moslims helaas niet.''

8.Gij zult niet stelen
,,Ik kom wel eens moslims tegen die vinden dat dieven strenger moeten worden gestraft. Wie steelt, verliest zijn handen - dat staat immers in de Koran. Als ik vraag hoe het komt dat je nergens, zelfs niet in islamitische landen, mensen zonder handen ziet lopen, antwoorden ze: 'Ja, dat zijn zwakke moslims, ze durven het vonnis niet uit te voeren'. Daar geloof ik helemaal niets van. Volgens mij worden er geen handen meer afgehakt, omdat iedereen weet dat die tekst niet letterlijk moet worden genomen. Het is een straf uit een andere tijd. In Europa worden dieven toch ook niet meer door twee paarden uit elkaar getrokken? Het probleem van de islamitische gemeenschap is dat de traditie van het interpreteren -wat wij Ijtihad noemen- sinds de 13de eeuw niet meer wordt toegepast. Door een uitspraak van een politieke leider in die tijd -'de poorten van Ijtihad zijn dicht'- roepen de moslim nu nog steeds dat er niets meer valt te duiden. Het staat er toch? Zo is het. Hier mogen we niet van afwijken. Terwijl moslims vroeger niets anders deden. Op iedere regel volgt een uitzondering. Dat is nou juist het mooie van de islam. Ik wil dat moslims hun geloof weer serieus gaan nemen. Durf na te denken, durf vragen te stellen, durf verantwoordelijkheid te nemen. Leun niet op boeken zoals 'De weg van de moslim' waarin wordt opgeroepen homoseksuelen te doden en de gewapende strijd tegen ongelovigen aan te gaan. Die boeken zijn geschreven in andere tijden, onder andere omstandigheden. De islam is niet tijdloos, dat is onzin. Als de islam tijdloos is, waarom zijn er zoveel tafsier -exegese-boeken- geschreven? We leven nu, hier, in deze democratie. De poorten van de Ijtihad moeten weer geopend worden.''

9.Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
,,Ik maak vaak mensen boos met mijn manier van optreden, maar ik ben niet bereid om wat ik denk te verzwijgen, of om te buigen. Er zijn al genoeg mensen die om de hete brij heen draaien. Ik word niet altijd goed begrepen. Als ik het gedrag van een moslim bekritiseer, denkt men dat ik daarmee het gedrag van de niet-moslim goedkeur. Dat is niet zo. Wat ik wil zeggen is: we moeten ons richten op zaken waar we invloed op kunnen uitoefenen en geen tijd verprutsen aan dingen die we toch niet kunt veranderen. De eerste reactie is: waarom schopt u zo? Pas later, als ze alleen zijn met Allah, zullen ze nadenken en toegeven dat ik toch wel gelijk heb gehad.''

10.Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is
,,Je kunt mijn inzet voor de islamitische gemeenschap niet los zien van mijn persoonlijke begeerten. Het is niet zomaar 'een zaak'. Als het ons lukt om een nieuwe stroming op gang te brengen, kan dat de wereldvrede bevorderen. Het enige dat ik voor mezelf verlang, is af en toe naar Mekka te kunnen gaan. Als ik de Kaäba aanraak, gaat er van alles door mij heen. Het is een fysieke sensatie: mijn hartslag gaat omhoog, ik ga trillen, zweten, huilen... Daar voel ik mij het dichtst bij Allah. Nee, ik wil niet in Mekka wonen. Ik merkte, toen ik voor een tweede keer ging, dat mijn gevoelens minder heftig waren. Ik betrapte mezelf erop dat ik die keer oog had voor wat er in de winkels rondom de Kaäba te koop was. Het moet bijzonder blijven. Even de accu opladen en dan weer naar huis.''

vrijdag, maart 19, 2004

Zijn moslims pas acceptabel als ze vrijzinnig worden?

Haci Karacaer - Trouw, 19 maart 2004

Haci Karacaer is directeur van moskeevereniging Milli Görüs Nederland.
Toen ze de politiek betrad, gaf ik Ayaan Hirsi Ali meteen het voordeel van de twijfel. Ik houd van mensen die hun nek uitsteken. Ze liet oprechte nieuwsgierigheid zien, op bezoek bij onze vrouwenfederatie; zwaar gesluierde vrouwen die met beide benen in de samenleving staan. De open brief aan Job Cohen brengt me aan het twijfelen.
Ayaan verwijt de Amsterdamse burgemeester het klassieke pragmatische denken van een bestuurder. 'Ware' moslims zouden dat spel niet willen meespelen. Degenen die het voor het zeggen hebben in de moskeeën zouden 'diametraal tegenovergestelde opvattingen hebben'. Ik geef toe, er lopen idioten rond. Maar om nou alle moslims over één kam te scheren?
Het lijkt erop alsof in Den Haag een collectieve gekte is uitgebroken. Kan niet schelen wat de onderwijsinspectie meldt: islamitische scholen leiden tot terrorisme. Kan niet schelen wat er in de vrijdagpreek wordt gezegd (over de gelijke rechten en plichten van man en vrouw), imams roepen op tot de djihad. Kan niet schelen wat de AIVD zegt over verontwaardigde jongeren die zich buitengesloten voelen (wat klopt): ze trekken massaal naar Al-Kaida (wat niet klopt). Een tiental heethoofden op een miljoen moslims lijkt me én geen beste score voor die rekruteerders én niet bepaald een bedreiging voor de rechtsstaat of de wereldvrede.
Als Hirsi Ali stelt dat het verhaal van de rechtsstaat ingewikkelder is dan dat van de djihad, dan heeft ze gelijk. Onze achterban bestaat goeddeels uit laag opgeleide, niet zo succesvolle mensen. Daarom ook houden we dat moeilijke verhaal van de rechtsstaat week na week in onze moskeeën, in onze vrouwenverenigingen en jongerenorganisaties. Daarom zijn praktische bestuurders als Job Cohen zo welkom bij ons. Daarom ook sturen we onze imams op inburgeringcursus.
Ik vraag me af of we pas acceptabel zijn voor de VVD als we ons geloof vaarwel zeggen. Moeten we eerst vrijzinnig worden? Wij zijn geen gastarbeiders en al helemaal geen gast. We zijn Nederlanders. Het is waar dat onze ouders pas hier kennis hebben gemaakt met de westerse democratie. Dat wil niet zeggen dat we die niet in haar volle omvang omarmen. Wij zullen de waarden van de rechtsorde beschermen. Burgerrechten zijn ons heilig, ook de onze. Kortom, dames en heren van de liberale djihad, wij lusten jullie 'rauw', om maar eens bij de liberale powertalk te blijven.
Afshin Ellian heeft gelijk als hij zegt: 'Ik denk niet dat djihadisten mijn stukjes lezen'. Maar die jongeren lezen wel Metro en Spits en kijken naar het nieuws. Ze worden wel door buschauffeurs en voorbijgangers uitgemaakt voor alles wat vies en voos is. En het maakt wel degelijk uit hoe de boodschap gebracht wordt. Wethouders die het over kut-Marokkanen hebben, fractievoorzitters die ze willen kielhalen, kamerleden die meisjes met hoofddoekjes 'rauw' lusten, zetten een toon, die van 'oprotten met jullie'.
We willen niets liever dan inburgeren, maar dag in dag uit de hoek ingetimmerd worden door de nieuwe dapperheid van het postfortuynisme vindt niemand leuk. Het totale gebrek aan omgangsvormen maakt het integratiediscours tot een mislukking. Ik ben overtuigd van de goede bedoelingen van Hirsi Ali, maar het is de verpakking die ze onverteerbaar maakt.